Tekdiving in Frankrijk

Een bijdrage van Jan Westerink met foto’s van de Le Lavandou Tekdiving 2012.

 

Toen ik na de vakantie uit Kroatië thuis kwam, had ik een e-mail van Ferry van Dorst om mee te gaan wrakduiken in Zuid-Frankrijk. Bij Ferry heb ik mijn Tek Lite- en Advanced Trimix-opleiding gedaan.

Het zouden allemaal diepe duiken worden, tussen de 50 en 70 meter. In Kroatië had ik samen met Gea wat diepe Trimixduiken gemaakt, dus ik was er helemaal klaar voor.

De trip viel alleen in de allerlaatste week die ik zou moeten werken en ik had nog maar twee vrije dagen. Dan maar een paar onbetaalde dagen verlof, maar deze kans liet ik niet voorbij gaan.

Naast Ferry van Dorst zouden er nog twee buddies mee gaan. Leonieke Delfgaauw en Alcuin de Weert, die ik beide al kende van de opleiding. Op zaterdagavond 25 september reed ik naar Roosendaal, waar Ferry woont. Om 11 uur vertrokken we gezamenlijk in een busje en reden de hele nacht door. Voor mij was het 1.400 kilometer.

Op zondagmiddag arriveerden we in Le Lavandou, waar het in een lekkere najaarszon 30 graden was. De duikschool en het pension waren nog niet open, dus konden we even op het strand slapen.

Om vier gingen we naar de duikschool om de duiken van de volgende dag te bespreken. Daarna naar het pension, waar een lekkere maaltijd klaar stond. ’s Avonds nog even een Ricard drinken en berekenen welk mix we bij de duiken moesten gebruiken en toen vroeg naar bed.

 

De volgende ochtend na het ontbijt gingen we direct naar de duikschool voor wat wij dachten de eerste wrakduik. Maar het liep anders. Waarschijnlijk hadden de vorige avond nog enkele duikers zich gemeld die niet zo diep wilden.

Door de duikschool werd ons geadviseerd om langs de rotsen bij een eiland voor de kust te duiken. Volgens de duikschool om te wennen, maar volgens mij voor de commercie. Wel konden we nu mooi even oefenen met de decoboei, omdat alle opstijgingen in het “blauw” zouden zijn.

Als er problemen zouden zijn, moesten we dit duidelijke maken door twee decoboeien op te laten, ieder één. Dan wordt ervoor gezorgd dat we EAN50 krijgen en komt er een safetydiver. Ondanks dat het geen wrakduik was, was het toch een hele mooie duik met veel murene’s, baarzen en congers. Ik dook met 2×7 300 bar.

De tweede duik ’s middags was niet zo diep, maar toch kwam ik er achter dat ik het de volgende dagen op de wrakken met mijn dubbel 7 niet zou redden. Dus maar snel een dubbel 12 geleend van de eigenaar van de duikschool.

 

De volgende dag zouden we duiken op de Hellcat, een gevechtsvliegtuigje uit de Tweede Wereldoorlog. We wisten de diepte, dus ’s avonds onder toeziend oog van Ferry alles berekenen. Mijn computer was inmiddels al in ‘error’ en moest ik hem in ‘gauge’ zetten. Dan geeft hij alleen de tijd en diepte aan.

Het decoschema moet je dan op een polsleitje zetten. Via de run-table kun je zo het schema afwerken. Ook hadden we verschillende bail-outs. Om zo snel mogelijk uit deco te komen vulden we de stage met EAN75.

Leonieke was mijn buddy op de Hellcat. Ik hielp haar zo veel mogelijk en vond haar enorm stoer met de dubbel 10 op de rug en de stage en de vastberadenheid om de duik te maken. (Ze was nog niet dieper dan 44 meter geweest.)

Langs een superdun touwtje daalden we zo snel mogelijk af naar het vliegtuigje, die we door het goede zicht al snel zagen liggen. Normaal landt een vliegtuig, maar nu waren wij het die landden. Bij het vliegtuig wees mijn buddy mij al gelijk op een hele grote congeraal, die op de pilotenplaats zat. Hij keek ons aan of hij wilde zeggen: Dit is mijn huis.

Daarna even de diepte opgezocht (hoort erbij) en langzaam om het vliegtuigje gezwommen. Het was er kraakhelder en héél veel vis, schitterend. Langzaam gingen we naar de bovenkant van het vliegtuig en na precies 20 minuten begonnen we met de opstijging, geheel in het “blauw”.

 

Dit was voor mij volkomen nieuw, maar erg leuk. Na de dieptestop hadden we nog 35 minuten deco op verschillende dieptes voor de boeg. Terug op de boot was iedereen zeer tevreden. We hadden een mooie duik gehad en konden gaan lunchen.

’s Middags maakten we een duik op een soortgelijk vliegtuigje. De Wildcat F7. Op internet had ik al gezien dat de Wildcat op z’n kop lag. Omdat het een herhalingsduik was hadden we veel minder bodemtijd. Mijn dubbelset 2×12 begon al aardig te wennen en mijn buddy ook.

Ook hier was weer veel leven en het was haast niet te zien dat het vliegtuig op de kop lag. Terug op de boot vroeg een duiker zich zelfs af waarom er wielen op de bovenkant van het vliegtuig zaten. Het decopilsje moesten we toen nog gaan drinken.

De volgende dag stonden twee wrakduiken op het programma. Dus we konden weer gaan rekenen. Ferry was mijn buddy voor die 2 duiken en ik had de leiding. Ook dit zouden weer diepen duiken zijn, maar dat was het probleem niet.

Er was een ander probleem. Langs een dik touw kwamen we aan op Le Donator. Hier kwam ik tot de ontdekking dat er een gigantische stroming stond. Alleen mijn vinnen en mijn manometer waren in beweging, voor de rest stond ik stil. Met mijn handen kon ik me naar voren trekken en kon toen een ruim in duiken en vervolgens door een gat weer naar buiten, naar de schroef.

 

Aan de zijkant – uit de stroming – zijn we het hele wrak langs gezwommen, onderweg genietend van de murene’s, tandbaarzen en de vele gekleurde gorgonen. Superduik! Na 20 minuten weer opgestegen in het blauw en decomprimeren met EAN 5. De lunch hadden we op een klein palmbomeneiland voor de kust van Zuid-Frankrijk (Port Cross).

De tweede duik was op de Le Gree en lag dicht bij de La Donator. Dus… weer veel stroming. Dit wrak zat boordevol met vis, murene’s en zeer veel gorgonen. Deze duiken hadden mij behoorlijk gesloopt. Dus snel een decobiertje, eten, nog een Ricard, nog even dollen met Baya en dan naar bed. Baya had gezien dat ik alleen sliep en zij wachtte mij al op bij de deur van mijn kamer. Dat kon natuurlijk niet, zij moest buiten blijven.

De volgende dag doken we op Le Loga. Dit zou de mooiste duik worden. Het plannen van de duik ging steeds sneller en ook het vullen van de flessen en de stage met de goede mix. Alcuin was nu mijn buddy en het zou een superdiepe duik worden. De route die we zouden duiken hadden we precies uitgestippeld en er was geen stroming. Wat was ik blij!

Na eerst een stukje over het dek gingen we aan de zijkant naar beneden en toen over de bodem naar de schroef. Via de achterkant omhoog over het dek tot aan de voorkant en dan opstijgen. Het was Alcuins diepste duik en toen we bij de schroef waren heb ik hem de hand gegeven. Zijn pretoogjes zal ik niet snel meer vergeten.

Het wrak was heel mooi begroeid met zeedahlia’s en gorgonen. Ook zagen we veel barracuda’s. We hadden een gigantische decotijd.

’s Middags hebben we met EAN36 een funduik op een wrakje gemaakt. Meer zat er helaas niet in. Na het eten ging ik vroeg na bed. Voor ik insliep dacht ik nog even aan deze moeilijke, maar mooie duiken, en de eerste zwembadlessen bij Galathea…

 

 

De volgende dag, de laatste duikdag, doken we op een onderzeeboot, de Rubbis. Deze duik stond hoog op mijn verlanglijstje. De duikschool zou hier eigenlijk niet naar toe gaan, omdat het te ver weg was. Maar na herhaaldelijk aandringen van mij, gingen we gelukkig toch. Op internet had ik deze U-boot al goed bestudeerd en daarom had ik de leiding in deze duik.

Het hele wrak was dichtgelast, zodat je er niet in kon. Dit vond ik niet zo erg, want bovenop het wrak was genoeg te zien en ook goed te herkennen. En er was geen stroming. Na 30 minuten stegen we langzaam in open zee weer op naar onze eerste stop.

Het wrakduiken was voorbij. ‘Middags hebben we nog een funduik gemaakt, maar dit was geen superduik. Veel stroming, golven en wind en een heel karwei om weer op de boot te komen.

Na het duiken nog even mijn eerste VUT-dag gevierd met een pilsje en na het eten nog even stappen in Le Lafandou. De volgende morgen na het ontbijt afrekenen, afscheid nemen en nog een dikke poot van Baya. Dan alles inpakken bij de duikschool en om 11 uur vertrekken.

 

’s Nachts heel laat weer thuis, met een hele ervaring rijker