640 km rijden voor twee duikjes…?????   Toch de moeite waard.

Vorig jaar zijn we met drie duikers naar de Ardennen geweest om te duiken in 2 bekende steengroeves. La Lille in Sprimont en La Gombe in Esneux. Beide liggen even ten Zuiden van Luik. Dit jaar gaan we het weer overdoen. Omdat de duikstekken op 320 km afstand liggen en we om 10.00 uur in het water willen liggen, betekent dit vroeg opstaan. Om half zes trek in de deur achter me dicht om naar Enter te gaan. Daar ontmoet ik mijn beide buddies ,Jan en Peter , en gaan we gedrieën zuidwaarts .Om 9.15 uur bereiken we met hulp van de Tom Tom het dorpje Sprimont . Enigszins verscholen ligt daar de steengroeve. Er zijn nog maar weinig duikers. We melden ons in het restaurant. Voor € 3 p.p. mogen we duiken. Wel even een lijst invullen. Ze controleren niet of we voldoende gebrevetteerd zijn. De groeve (carrière op zijn Frans) is niet groot. Zo’n 30 m bij 90 m. Wel moet je 35 m. afdalen voordat je aan het water staat.

Het is vrij stoffig, maar er zit vrij veel vis, vooral karpers en ruisvoorns. Volgens de site moet hij 28 m. diep zijn, maar dat hebben we niet gevonden. De teller stopt bij 26.5 m. Na de duik ook de hele klim weer naar boven. Er is een lift voor de flessen. Dat scheelt wel voor mannen op leeftijd. Het is middag , dus moet er gegeten worden.
De bekende “Pave sur Pierre” smaakt weer goed net als vorig jaar. Ook op die manier kun je een grote biefstuk serveren.

Om 14.00  uur  komen we in La Gombe aan. Het is er hartstikke druk dit keer. Veel drukker dan vorig jaar.
Bij de inschrijving blijkt dat alleen groepen welkom zijn. Weliswaar vormen drie personen ook een groep, maar dit was toch te klein. Een groep Waalse duikers is bereid om ons op te nemen.

We betalen het inschrijfgeld aan de duikleidster en zo kunnen we alsnog à l`eau, ofwel het water in.
Jan verliest door de drukte op het ponton één van zijn vinnen tijdens het aantrekken. Als een duikboot zoeft deze de diepte in. Niet dwarrelend verticaal naar de bodem maar onder een hoek van 45 graden.   Dat wordt zoeken. Gelukkig is er een duiker  die ,komend uit de diepte,  de vin voorbij zag komen. Ook hier is het stoffig onder water.. We vinden een vliegtuig, een grote silo en nog wat attributen. Na 40 minuten zijn we onder het ponton belandt, waar we het water in gingen. We komen vanuit de diepte op een plateau. Daar is het 11 m. diep. We worden plotseling omsingeld door hele hordes karpers, ruisvoorns en steuren. Vooral de steuren zijn erg brutaal. Ze stoten je aan, schuren vlak langs je heen. Als je de hand uitsteekt, moet je oppassen dat deze niet in hun bek verdwijnt.

Net als in Sprimont probeer ik wat foto’s te maken met mijn simpele toestelletje uit 2001. Door het stof valt dit niet mee. Maar ook met interne flitser lukt het als je maar dicht genoeg bij kunt komen. Door de afdrukvertraging zijn de snel rondzwemmende vissen regelmatig weer (deels) buiten beeld als de foto gemaakt wordt. Maar hoe meer foto’s des te groter de kans op een treffer.

Na de duik nog een kop koffie en een broodje. Dan volgt de trip huiswaarts. Om 20.30 uur parkeer ik mijn auto weer voor de deur. Spullen uitpakken, spoelen en ophangen. Om half tien een glaasje wijn en de dag is weer herinnering.