Ontmoeting met Grijze Zeehond op Rosenmontag.

Op Rosenmontag, 3 maart dus, zijn we, Jan Westerink en ik, naar Zeeland getogen. Op 6.30 uur weg en om 21.30 uur terug. In totaal 550 km gereden en 3 duiken gemaakt.

Tot zover de statistieken..

We gingen voor de snotolven. Bij St Annaland moesten ze zitten was ons verteld. Dus zijn we om 9.30 uur bij de jachthaven. Er staan op dat moment 2 auto’s met duikers. Later volgen er een paar meer. De duikwereld is klein en facebook brengt iedereen bijeen, dus raken we al snel in gesprek.

Maar jammer genoeg vinden wij de snotolven niet. Lia heeft op de valreep met haar buddy nog wel een snotolf gezien. Voor ons was het overigens de eerste keer dat we op deze duikstek waren.

We zijn vlak bij de Bergse Diepsluis. En je raadt het al. Wij willen natuurlijk ook de beruchte zeehond zien. Op het internet en op TV is dit dier al vele malen te zien geweest.

Op de dijk aangekomen zien we een buddypaar in het water stoeien met de zeehond. Vlak aan de kant overigens. Later komt dit dier de trap op. Zij blijft daar lui liggen in het voorjaarszonnetje. Jan en ik denken, mooi dan kunnen wij een duikje maken zonder dat het dier ons op diepte lastig valt. We willen naar het platform. Er zou een groene zeedonderpad op moeten zitten.

Daar aangekomen zoeken we het platform af. Dan stoot er iets tussen mijn benen. Tot mijn schrik (stiekem ook wel enige vreugde), zie ik de zeehond. Met moeite weet ik haar van mij af te houden. De indianenverhalen , die de ronde doen, schieten door mijn hoofd. Dan gaat ze naar Jan. Ze zit bijkans boven op zijn rug, maar Jan heeft niets in de gaten. Plotseling is ze weer verdwenen.

Ik stoot Jan aan en gebaar dat ik de zeehond heb gezien. Eerst snapt hij me niet. Net op het moment, dat hij weet wat ik bedoel, is het dier er weer. Hij bijt Jan in de zak van het droogpak. Daarna is de accukabel van de duiklamp aan de beurt. Wat moet ik doen?

Dan laat ze weer los en maak ik snel een actiefoto. En nog een. Maar dat trekt natuurlijk wel haar aandacht. Nu ben ik zelf het slachtoffer. Met mijn camera tussen mij en het dier in probeer ik afstand te bewaren. Ik maak n tegelijkertijd nog wel foto’s. Zij zwemt even weer naar Jan , maar is meteen weer terug. Ik zet mijn lamp op de hoogste stand en verblind haar met mijn sterke lichtbundel. Dat helpt. Ze kiest het hazenpad.

We gaan maar snel naar geringere diepte. Als ze dan terugkomt, zijn we tenminste snel weer boven. Je moet er niet aan denken, dat ze je de cap met bril van het hoofd trekt op 10 m. diepte. Maar ze laat zich niet meer zien . Ook duikers, die we onder water nog tegenkomen, hebben hun hele duik het dier niet meer gezien.
Aan de wal praten we met alle aanwezige duikers en wisselen informatie uit. Het buddypaar, dat bij onze aankomst in het water lag, heeft een kapotgebeten cap.  En een beschadigde handschoen.
We dachten relatief veilig het water in te kunnen, omdat ze op de kant lag te zonnen, maar 5 minuten later was ze toch bij ons. We hebben er een paar mooie foto’s aan overgehouden en een bijzondere ervaring. Maar we hoeven geen tweede ontmoeting weer. Tenminste niet op die diepte.

Omdat het nog maar 3 uur is en we de lange reis naar Zeeland optimaal willen benutten , gaan we nog een derde duik doen in Den Osse. Het zicht is goed,is ons verteld. Dat bleek later enigszins tegen te vallen, maar het is een leuke duikstek, waar altijd voldoende te zien is. We vinden twee zeedahlia’s. Een vlokkige zeeslak, een aantal botervisjes en natuurlijk krabben en kreeften.

Dus pas om 18.00 uur terug naar huis. Onderweg nog even bij een benzinepomp een snack voor Jan en een broodje gezond voor mij.

Het is net zo vermoeiend als Carnaval, maar wel leuker. Hoewel dat niet iedereen met me eens zal zijn, denk ik.