Al jaren was het mijn wens om op het wrak de JURA in de Bodensee te duiken.

 

De Jura geldt als één van de mooiste zoetwaterwrakken van Europa, ligt op
40 meter diepte en is gezonken in 1864 (dit jaar 150 jaar geleden) na een aanvaring met de DS Stadt Zurich in dichte mist. Het 48 meter lange stoomschip de Jura is nu een gelieft duikobject.

Het probleem was dat ik geen enkele buddy kon vinden om mee te gaan. Het was te ver weg (725 km.), te moeilijk of te diep.

Toen ik dit jaar aan het Gardameer dook met enkele Duitse techduikers hoorde ik plotseling het woord “Jura” vallen. Deze duikers doken twee keer per jaar op de Jura en als ik zin had mocht ik wel meeduiken.
Nou, de basis was gelegd en mailadressen en telefoonnummers uitgewisseld.
Als spoedig na thuiskomst kreeg ik de mail dat ze op zaterdag 1 november weer gingen duiken op de Jura.

Ik was vastbesloten om te gaan, dan maar alleen, maar gelukkig was Gea bereid mee te gaan, samen met onze Buddy, de fiets en het fietsmandje voor Buddy, zodat zij die zaterdag konden gaan fietsen om het ons bekende Bodenmeer.

Ik wist van te voren dat het een zware duik zou worden. Niet om de diepte, maar op deze plek in Zwitserland komt weinig zonlicht. Het wrak ligt in een baai achter een hoge berg. Tot 10 meter diepte is het nog helder, maar dan komt er
20 meter waar het aardedonker is en je de meeste dagen de computer niet eens kunt aflezen. Van 30 naar 40 meter is het donker, (zoals in een nachtduik in helder water) maar met een goede lamp kun je ver genoeg schijnen.

Omdat de meeste ongevallen met de opstijging gebeuren, heb ik dit verschillende malen in de Leemslagenplas geoefend. Vanaf het dek van de UK ging ik dan hand over hand naar boven, af en toe ontluchten en zo’n tempo te maken dat ik dan na 2 minuten de 20 meter opstijging had afgelegd. De laatste keren met de ogen dicht en na ruim 2 minuten was ik weer boven. Ik was er klaar voor!

Omdat we op de boot niet konden vullen, nam ik mijn dubbel 12 en dubbel 10 mee, beide gevuld met EAN 28 en goed voor 6000 liter per set. Als decompressiegas nam ik EAN 70 mee voor een maximaal rendement voor als ik door het duistere gedeelte was. Nog even naar Lucas om de inflator van het droogpak na te laten kijken en vrijdagmorgenvroeg vertrekken. Om drie uur waren we bij ons hotel, dicht bij de haven van Uhldingen, vanwaar we gaan vertrekken.

De volgende morgen na het ontbijt naar de haven, waar onze duikboot “Concrete lady” al lag te wachten. Na alle duikmateriaal over gepakt te hebben konden we vertrekken. Gea nam de auto weer mee terug naar het hotel en ging met Buddy rond het meer fietsen.
Op de boot moesten we eerst formulieren ondertekenen dat we op eigen risico doken, de twee duiken en de lunch betalen en toen begon de briefing. Hoofdzaak waren de regels aan boord en er werd nadrukkelijk op gewezen dat er de laatste 15 jaar 25 mensen waren verongelukt. Het goede nieuws was dat er sinds 2011 geen ernstige ongelukken waren gebeurd. Nou lekker, ik had al betaald en de duik moest nog beginnen. Even dacht ik: waar ben ik weer aan begonnen!
Over het wrak werd niets verteld. Toen ik vroeg wie mijn buddy zou zijn, zei de schipper en duiker: Zoek er maar één uit. De meeste doken met een 15 liter flesje en een kleine stage, maar ook zag ik een rebreatherduiker en dacht: die blijft vast wel lang op het wrak.

Ik was het eerste klaar met alles opbouwen en aantrekken (je leest het goed!) en moest als eerste vanaf een hoge railing het water inspringen. Gelukkig was het water super vlak. Ik zwom naar de boei en zag als tweede de rebreatherduiker komen. Ik vroeg hem samen te duiken, maar ik kreeg op mijn vraag geen duidelijk antwoord. Hij moppelde dat hij lang weg zou blijven en geen beperkingen wilde. Mopperend zakte hij naar beneden. Ik deed mijn lamp en mijn verplichte flitslamp aan en begon met de afdaling. Inderdaad, de eerste tien meter waren kraakhelder. Plotseling was het of ik in een soort inkt terecht kwam. Hand over hand ging ik naar beneden. Op 32 meter zag ik ineens mijn flitser en lamp weer, maar alles was donker. Beneden zag ik mijn Buddy een flitser aan de shotline bevestigen, die + 5 meter van het wrak hing. Precies tegenover de shotline zag ik de letters “JURA”, die aan bakboord en op het midden van het wrak staan. Dit moest ik goed onthouden voor de terugweg.

We doken naar rechts, naar de achterkant van de Jura en toen in het verlengde over de bodem verder. Ik herinnerde mij dat daar ergens nog een reddingssloep moest liggen, zo’n 20 meter achter het wrak.
Mijn buddy zwom heel snel en ja, daar lag het reddingsbootje, zoiets als wij er 5 van in de Leemslagenplas hebben liggen. Toen mijn Buddy omdraaide en weer bij mij was, ging ik gelijk met hem mee terug, maar bij de Jura lag hij al weer 5 meter voor. Dit tempo kon ik niet aan en bovendien had ik het helemaal met hem gehad. Hij keek niet op of om. Ik voelde mijn hart kloppen en de ademhaling versnellen. In combinatie met de kou waren alle ingrediënten voor een duikongeval aanwezig. Gelukkig had ik de specialisatie Soloduiken bij Ferry gedaan, zodat ik besloot alleen verder te gaan.

Langzaam ging ik het achterdek verkennen. Toen het brede stuk, waar een grote kwabaal lag met heel veel jonge aaltjes. Ik keek naar rechts en dacht: waar is Harry met het fototoestel. Ik zwom verder naar de voorkant van het bijna 50 meter lange wrak en de mooie bewerkte houten boegspriet. Ik was weer aan bakboord, bij de letters JURA. De 30 minuten bodemtijd zaten er op.
Met de opstijging nog voor de boeg, voelde ik toch wel wat extra spanning. Ik zwom haaks op de letters en zag direct de shotline. De opstijging kon beginnen. Plotseling zag ik mijn Buddy weer. Ik was verbaasd, maar hij ook. De eerste 10 meter lijn was goed te zien. Toen werd het aardedonker, zwart. Hand over hand ging ik naar boven. Ik zag niks en had geen enkele referentie, maar na 2 minuten zat ik in kraakhelder water en op 10 meter maakte ik de gasswitch naar mijn decogas EAN 70. Omdat mijn computer is gekoppeld aan mijn hardslag, luchtgebruik en watertemperatuur, kreeg ik 3 minuten extra decotijd.

Even later kwam mijn buddy. Omdat hij met een rebreather dook, had hij niet zoveel deco als ik. Toen zijn decotijd om was vroeg hij hoeveel deco ik nog had. Ik gaf aan dat ik nog 16 minuten moest en dat hij maar naar boven moest gaan. Hij beduidde dat hij bij mij zou blijven. Dat verbaasde mij, was het dan tóch een goede buddy??

Terug op de boot vroeg hij hoe het was gegaan. Ik vertelde hem dat ik door de spanning toch wel een hoop had gemist en alles niet zo goed had opgenomen. Ik wilde nog graag de houten WC zien, het roer, de krukas en de aandrijfwielen. Hij gaf aan al wel 10 keer op de Jura gedoken te hebben en hij wilde me alles in de tweede duik wel aanwijzen. Veel vertrouwen had ik er niet in. Toch maar proberen, anders ging ik wel weer alleen op de solotour.

Na een zeer goede lunch kon ik op de boot nog even mijn Argonflesje vullen en na ruim twee uur interval lag ik weer in het water. Nu met een dubbel 10 – 300 bar EAN 28.
De spanning was al een stuk minder en ik had het gevoel dat het niet helemaal zo aardedonker was. Af en toe kon ik de lijn zien. Mijn buddy plaatste de flitser weer en we gingen naar de Jura. Langzaam duikend liet hij mij het toilet zien. Een houten bak met een rond gat in het midden met deksel. (de vroegere plee)

Daarna naar het roer, die net zo stond als het roer van onze UK. Dit om een aanvaring aan stuurboord te voorkomen. Verder nog de trap, krukas, stoomketel en scheepsklok. Alles was nog intact. Alleen de schoorsteen was omgevallen. Met mijn grote Metalsublamp 5000 lumen kon ik bijna de hele boot verlichten.
Mijn buddy wees mij nog op het mooie houtsnijwerk op de boegspriet,

voordat we terug moesten naar de shotline. Omdat het een herhalingsduik was, moesten we nu genoegen nemen met 25 minuten bodemtijd, om niet teveel deco op te lopen. De andere duikers waren allang weer terug.

Mijn buddy pakte de flitser weer van de lijn en de opstijging kon beginnen.
Hand over hand. Ik had nu zeker wel 10 centimeter zicht, want af en toe zag ik de lijn. Op 10 meter diepte aangekomen, maakte ik snel de gasswitch naar 70% zuurstof voor een lange saaie decompressie. Ik had een superduik en een superbuddy gehad. Onder water bedankte ik hem, maar oeps, dat mag niet van Ferry, want, zoals hij zegt: De duik is pas beëindigd als je weer op de boot bent.

Toen ik als laatste terug was, begon de boot al gelijk van Zwitserland naar de haven in Duitsland te varen. Aan boord van de duikboot had iedereen het over der helle Lampe van der Hollander en van mijn buddy kreeg ik gelijk de uitnodiging om volgend jaar mee te duiken op het wrak: de Milford Haven in Genua. Ook dit wrak staat hoog op mijn verlanglijstje.

Terug in de haven stonden Gea en Buddy al op mij te wachten. Snel alles over pakken in de auto en afscheid nemen van de Duitse duikgroep en mijn goede buddy. Ik was opgelucht, had weer veel meegemaakt en twee van mijn mooiste en moeilijkste duiken gemaakt. Daar hoort natuurlijk een decobiertje bij, op een terrasje vlak bij de haven met 22 graden in het zonnetje.

De volgende dag zouden we naar Lindau gaan, maar aan boord had ik gehoord dat in Überlingen een mooie duikplaats was. Lucht was het probleem, maar gelukkig lag de dubbel 7 nog vol lucht in de auto. Samen met mijn stage was dit wel voldoende. Op bijna 50 meter diepte lag een wrak. Duikers ter plaatse vertelden mij waar hij lag, maar zou moeilijk te vinden zijn. De kick was alleen dat ik hem vond, maar het wrak zelf stelde niet veel voor. Op een kale zandvlakte heb ik nog wat decostops gemaakt en na 1 uur was ik terug bij Gea en Buddy.

In Lindau, op 2 november was het een zomerse dag met 22 graden. Bij de haven waren allerlei activiteiten en de terrasjes zaten vol.

Een intens tevreden duiker kon met Gea en Buddy op maandag 3 november aan de 725 kilometer lange terugreis beginnen.